Ter Haar woest: “Schandelijk, écht schandelijk!”

Door: Arjen Lutgendorff


In de rechtbank van Utrecht werden vorige week David Cuknis en Laurens Schilder (destijds beiden Bijzonder Beheer, Rabobank), Frans Schuitemaker (destijds statutair directeur van de OAD Groep) en Jan Brouwer (destijds OAD-adviseur) gehoord met betrekking tot het faillissement van OAD Reizen in september 2013. Lees hier de verslagen terug zoals we ze vorige week plaatsten. Julius ter Haar, directeur van OAD Reizen op het moment dat de touroperator faillissement aanvroeg, was tijdens de schorsing na het verhoor van Schilder witheet van woede: “We kwamen destijds met de één na de andere oplossing en dan zegt hij (Schilder, red.) nu, zeven jaar later, dat het gewoon allemaal te lang duurde. Schandelijk, écht schandelijk.” Schilder had even daarvoor laten weten: “De zekerheden die OAD bood, deden niet ter zaken. Het ging uiteindelijk om het feit dat OAD in het rood zou komen te staan. We waren in december 2012 al begonnen om dat te voorkomen. Als het dan 27 september 2013 van een paar uur moet gaan afhangen… Er komt een keer een einde aan.” Door het kamp Stichting OAD/Ter Haar werd vorig jaar met verbazing gereageerd toen de advocaat van de Rabobank liet weten dat hij Schilder en Cuknis onder ede wilde laten horen. “Tijdrekken…” De Rabobank-advocaat had opvallend genoeg maar één vraag voor Cuknis en voor Schilder geen enkele vraag. Beiden lieten voorafgaand de zitting weten zich goed voorbereid te hebben door middel van het lezen van stukken en door met de advocaat van Rabobank door te spreken hoe zo’n zaak in z’n werk gaat. Cuknis tekende daarbij aan: “Uiteraard zonder dat zij mij hebben gezegd wat ik moest zeggen.” In het OAD-kamp werd het opvallend gevonden hoeveel details beide heren nog wisten, maar dat Schilder en Cuknis bijvoorbeeld niets meer wisten van een telefoongesprek in de middag van 24 september 2013 met vier personen (waaronder met Julius ter Haar) over het verlengen van de deadline. “Tot de kleinste details wisten ze beiden dingen te noemen, maar dat wisten ze toevallig beiden niet…”

You’ve got mail Tijdens de zitting ging het onder andere over de mail van 24 september vanuit Rabobank aan OAD waarin 27 september als deadline werd gegeven. Zowel Schilder (met een economische achtergrond) als Cuknis (met een juridische achtergrond) bevestigden tegenover de rechter dat zij betrokken waren bij het opstellen van die mail. Cuknis: “Het was een voortvloeisel op de mail die we de dag ervoor hadden gekregen van Willem Bonvanie (adviseur van OAD) waarin met een paar punten de hoofdlijnen van een mogelijke transactie waren weergegeven. Daarover hebben wij 23 september nog overleg gehad. Uiteindelijk werd er van Rabobank een standpunt verwacht over die voorgenomen transactie. In die mail op 24 september hebben we aangegeven bereid te zijn om in te stemmen onder een aantal voorwaarden.” Waar Cuknis geen actieve herinneringen had aan wat er na het versturen van de mail was gebeurd, had Schilder die wel. Cuknis kon alleen aangegeven wat hij zich kon herinneren op basis van de reconstructie die hij maakte op basis van verschillende stukken. “Ik heb de e-mail rond 13.30 uur verstuurd en het volgende aanknopingspunt is een mail van Schilder aan Bonvanie rond 16.30 uur waarin hij aan Bonvanie vroeg of deze de vernieuwde bieding van een andere partij wilde sturen waarin Schilder aangaf altijd naar andere alternatieven te willen kijken. Deze mailde iets voor 17.00 uur terug met de boodschap ‘we spreken elkaar morgen’.” Schilder: “Na de mail (van begin die middag, red.) had ik contact met de lokale Rabobank (Enschede-Haaksbergen, red.) waar OAD Reizen bankierde”, aldus Schilder, die toelichtte dat het tijdens dat gesprek ging over het werken aan een offerte voor de financiering voor de verkoop van het busbedrijf door de Twentse investeerders (waaronder Hennie ten Hag, Hein Trebbe en Rein Sanders). “Ik heb ook een mail van Bonvanie gehad met een verbeterde bieding van Nobel. Ik heb ook nog met Bonvanie gemaild met praktische details die ingevuld moesten worden voor de offerte uitgewerkt kon worden. Op een gegeven moment hebben we telefonisch contact gehad met Veltman en Bonvanie waarin zij ons (Schilder en Cuknis, red.) meedeelde dat OAD Reizen faillissement aan zou vragen.” Cuknis liet de rechter nog weten dat hij de telefonische mededeling van Veltman en Bonvanie rond 18.00 uur per mail had bevestigd aan OAD en even later binnen Rabobank aan de kredietcommissie. In die interne mail, zo liet Cuknis tijdens het verhoor weten, noteerde hij als één van de redenen voor de faillissementsaanvraag dat OAD had aangegeven dat het niet kond voldoen aan de voorwaarde ten aanzien van SGR en TUI. Op de vraag van de OAD-advocaat of dit de eigen opinie was van Cuknis of dat hij dat van iemand had gehoord, liet Cuknis weten: “Ik ga er vanuit dat ik dat heb gehoord tijdens het telefoongesprek met Veltman en Bonvanie.” Cuknis benadrukte nogmaals dat het puur om een reconstructie ging op basis van dossiers, want “ik kan mij de gesprekken niet herinneren”. Geen herinneringen Tijdens het telefoongesprek waarin Veltman en Bonvanie meedeelde dat OAD Reizen faillissement zou aanvragen, is het volgens Schilder nergens anders over gegaan. “Er is een mail waarin staat dat er aan twee voorwaarden niet werd voldaan. Het was echt een mededeling dat het voorbij was.” Zowel Schilder als Cuknis konden zich niet herinneren dat er eerder op de middag van 24 september telefonisch was gesproken met OAD naar aanleiding van de e-mail van 13.30 uur over uitstel van de deadline (27 september, red.) aangezien OAD meende dat de transactie niet zo snel kon worden afgerond. Waar Cuknis alleen liet weten dat hij het niet meer wist of dat gesprek had plaatsgevonden en dat hij 20 september een mail van Schilder ontving waarin hij meedeelde dat Bijleveld met Van Nieuwenhuizen contact had gehad zonder dat de strekking van het gesprek daarin duidelijk werd, liet Schilder weten: “We hebben in dit dossier iedereen altijd goed op de hoogte gehouden, ook de kredietcommissie, maar ik heb niks kunnen vinden over een eerder telefoongesprek die dag. Er is niets te vinden waarin iemand ergens om vraagt waarvoor iemand toestemming voor zou moeten geven. Ik heb er geen herinnering aan en heb er niks over kunnen traceren. Dat weet ik écht heel zeker.” Volgens de advocaten van OAD is dat gesprek er wel geweest en hebben vier personen (wat weer werd betwist door advocaat Berto Winters van de Rabobank) dat ook onder ede verklaard, namelijk Julius ter Haar, Dick Veltman (destijds Oad-advocaat), Hans Verborg (destijds adjunct-directeur bij Oad) en Willem Bonvanie (destijds PPM-Oost). Winters’ enige vraag was aan Cuknis, namelijk of deze naar aanleiding van de mail van Schilder (die schreef dat Van Nieuwenhuizen had gesproken met Bijleveld) hem het idee had gegeven dat er een toezegging was gedaan dat er voldoende tijd was gegeven om de transactie te voltooien. Cuknis: “Ik kan mij niet meer herinneren welk gevoel ik toen had. Dat lijkt mij wel onwaarschijnlijk. Als er een harde toezegging was gedaan vanuit Van Nieuwenhuizen/Rabobank, dan was dat in het dossier vastgelegd. Ik heb dat niet kunnen vinden. Het was puur de mededeling dat er gesproken is en verder niks.”

Van Nieuwenhuizen – Bijleveld “Ik heb telefonisch contact gehad met Jan van Nieuwenhuizen (ex-Rabobank, red.) over het gesprek dat hij heeft gehad met Ank Bijleveld”, aldus Schilder op de vraag of hij Van Nieuwenhuizen had gesproken naar aanleiding van diens gesprek met Bijleveld. Bijleveld was destijds Commissaris van de Koningin van Overijssel en vandaag de dag minister van Defensie. Eerder getuigde zij onder ede dat Van Nieuwenhuizen haar had toegezegd dat OAD Reizen voldoende tijd zou krijgen om de deal met de Twentse investeerders rond te maken. Schilder, die liet weten dat hij Van Nieuwenhuizen vóór diens gesprek met Bijleveld had ingelicht over de horizon van OAD, vertelde over zijn herinneringen die hij overhield aan zijn telefoongesprek met Van Nieuwenhuizen nádat deze Bijleveld had gesproken: “Bijlveld had hem verteld dat de provincie via een investeringsfonds overwoog mee te doen in een reddingsplan voor OAD. Dat weekend zou daarover vergaderd en besloten worden. Of de Rabobank hen die tijd nog zou willen gunnen. Daarop heeft Van Nieuwenhuizen ‘ja’ gezegd, dat hij ze dus die tijd -een paar dagen- zou willen gunnen. Dat moet over een aantal dagen zijn gegaan, want Van Nieuwenhuizen was bekend met de horizon. Hij zou nooit een toezegging doen die die horizon zou overschrijden. Het moet wel over dagen zijn gegaan, want bij mij gingen geen alarmbellen af toen hij dat zei en ik had die horizon wel glashelder op mijn netvlies. We zouden toch al wachten op de uitkomst van de vergadering met de Twentse investeerders en hij heeft zijn toezegging gedaan in de context dat die vergadering die zondagavond nadat hij op vrijdag met Bijleveld sprak zou plaatsvinden. Het zou ondenkbaar zijn dat hij een langere toezegging zou doen, hij werkte niet eens bij Bijzonder Beheer. Hij zou zijn vingers nooit branden aan toezeggingen die langer zijn dan enkele dagen. Hij neemt aan dat na zijn toezegging onze afdeling het weer zou oppakken nadat die vergadering met de Twentse investeerders had plaatsgevonden.” Voldoende tijd Bijleveld liet in december 2019 door de griffier optekenen: “Jan van Nieuwenhuizen (oud-bestuurder Rabobank, red.) heeft mij in een telefoongesprek toegezegd dat er voldoende tijd zou zijn om tot een overeenkomst te komen.” Bijleveld sprak Van Nieuwenhuizen vier dagen voordat de stekker door de OAD-directie uit de Overijsselse touroperator werd getrokken. De Rabobank gaf toch niet de gewenste tijd om het reddingsplan te voltooien, waarmee werd besloten dat het reddingsplan onhaalbaar was. Daarmee zou bestuurdersaansprakelijkheid het gevolg zijn. Op de vraag aan Bijleveld of er was gesproken over 48 uur of langer liet ze de rechter weten: “Ik had de indruk dat er genoeg tijd werd toegezegd. Er waren meerdere partijen betrokken bij de reddingsactie. Als er 48 uur was toegezegd, dan was het telefoongesprek onzinnig geweest.” De deadline Op de vraag of de gegeven deadline naast Schilder en Cuknis nog met iemand anders was besproken, liet Schilder weten: “Dat zal met de kredietcommissie zijn besproken, maar niet met Van Nieuwenhuizen. Of Van Nieuwenhuizen wist dat vrijdag 27 september 2013 de horizon was van OAD? Ja, ik heb hem die donderdag voor het gesprek met Bijleveld (dat op vrijdag 20 september plaatsvond, red.) aangegeven dat de horizon ongeveer anderhalve week zou zijn. Daarna zou OAD in het rood komen te staan. Over de mail van de dinsdag 24 september heeft Van Nieuwenhuizen geen weet gehad. Die mail is ook niet met hem besproken.” Ook Cuknis liet weten dat de gestelde deadline een teambeslissing was geweest, aangezien hij en Schilder dat soort beslissingen destijds altijd overlegden met de kredietcommissie. Cuknis: “Ik kan mij niet herinneren dat deze beslissing is afgestemd met Van Nieuwenhuizen. De reden van de deadline was dat het winterseizoen zou beginnen voor OAD en er dus krediettrekking zou beginnen. Als we OAD meer tijd hadden gegeven waren ze het winterseizoen ingegaan en dan zouden ze in het rood komen te staan. Dat wilden we niet laten gebeuren, want dat was onze lijn sinds januari 2013. We kregen diverse financiële prognoses via mensen binnen OAD, maar ik weet niet wat de stand per oktober 2013 zou zijn gewest.” Over het continu verschuiven van deadlines laat Schilder weten. “Je wilt in ieder geval een hele grote transactiezekerheid hebben. We zijn als Rabobank telkens uiterst coöperatief geweest en ik weet niet wat er nog mogelijk was geweest wanneer de faillissementsaanvraag er niet was geweest. Ik weet niet wat we dan gedaan zouden hebben. Ik weet niet of de deadline van 27 september (2013, red.) gezien moet worden als een absolute deadline of dat die ook verlengt kon worden. Daar kon ik niet zelf over beslissen, maar daar zou de kredietcommissie over moeten beslissen. De kredietcommissie was net zo goed op de hoogte over de situatie van OAD als ik, want ik sprak meerdere keren per week met de kredietcommissie. Ik wilde het niet steeds verder opschuiven. In mijn ogen was de deadline een haalbare datum om de transactie te voltooien. Natuurlijk was het een korte deadline, dat snap ik ook. Ik wilde in ieder geval helder hebben dat de voorwaarden ingevuld zouden worden. Naar mijn weten is niet de tijd de bottleneck geworden, maar het niet invullen van de voorwaarden. Die vrijdag was naar mijn idee haalbaar.”

Zekerheden doen niet ter zake De zekerheden die OAD bood, die volgens Ter Haar uitgebreid aanwezig waren, deden volgens Schilder niet ter zaken. “Het ging uiteindelijk om het feit dat OAD in het rood zou komen te staan. We waren in december 2012 al begonnen om dat te voorkomen. Als het dan 27 september van een paar uur moet gaan afhangen, dan komt er een keer een einde aan. Het was veel gevraagd van de bank om nog verder op te schuiven en risico’s te nemen, omdat OAD toevallig zekerheden had. Op een gegeven moment is de deadline gewoon daar.” De zorgplicht Ook de rol van de zorgplicht die de Rabobank had ten opzichte van OAD speelt al tijdens het hele proces tussen OAD en de Rabobank een grote rol. Schilder hierover: “We hebben een aantal deadlines gesteld, hebben steeds weer nieuwe voorstellen in behandeling genomen, hebben een aantal keren onze kapitaaleisen versoepeld, hebben nieuwe biedingen in behandeling genomen, dagen opgeschoven, dus ik denk dat de bank echt wel gezocht heeft naar oplossingen, maar uiteindelijk kun je niet blijven vragen om de dagen op te blijven schuiven als je geen concrete transactiezekerheid biedt. Die zekerheid werd niet geboden. We hebben een mail gestuurd met de voorwaarden. Als dat verzoek om uitstel bij ons was geweest, dan zou je toch ook iets concreet moeten hebben gemaakt over hoe zeker die transactie is. Dat is in de verste verte niet gebeurd.” Ook Cuknis was ervan overtuigd dat de Rabobank de zorgplicht ten opzichte van OAD gedurende het gehele traject in acht heeft genomen. “Dat is precies waarom we in januari 2013 zijn gestart met het traject dat tot kapitaalverstrekking moest leiden waardoor OAD toekomstperspectief zou krijgen en een buffer zou creëren voor de toekomst.” Faillissementsbesluit Het faillissementsbesluit van OAD werd bij Rabobank niet op Raad van Bestuursniveau besproken. Schilder: “Dat hoeft niet. Bij dit soort bedragen nam de kredietcommissie, van wat destijds Bijzonder Beheer heette, dit soort beslissingen.” Cuknis over het gevoel dat hij had na de faillissementsmededeling door OAD en hoe hij dat bericht vond overkomen: “Ik kan mij de setting nog herinneren, want ik was thuis en we wilden net gaan eten toen ik werd gebeld. Ik kan mij herinneren dat ik enigszins verbaasd was. Je houdt er altijd rekening mee dat een faillissement tot de mogelijkheden hoort, maar we waren nog volop bezig waren om de transactie vorm te geven. Ook de lokale Rabobank was met een team bezig om alle documentatie op orde te brengen en om vanuit de Rabobank de deadline te halen. We hadden ook een betaling voor woensdag 25 september goedgekeurd. In die zin heeft het ons verbaasd dat de faillissementsbeslissing was genomen. Of er nog andere dingen tijdens dat gesprek werden besproken kan ik mij niet herinneren, ik kan mij alleen de setting nog herinneren.” SGR en TUI “Ik was nogal verbaasd, dus we hadden niet heel veel andere vragen paraat op het moment dat Bonvanie en Veltman ons lieten weten dat OAD Reizen faillissement zou aanvragen.”, aldus Schilder, die beweerde dat hij in een latere mail zag dat er twee hoofdredenen werden genoemd voor een faillissementsaanvraag. “Blijkbaar hebben wij daar wel naar gevraagd.” In de mail die Cuknis op 24 september stuurde, staat onder andere: ‘OAD heeft besloten de handdoek in de ring te gooien. Morgen zal faillissement worden aangevraagd. Voornaamste reden: OAD heeft aangegeven er niet uit te gaan komen met SGR en TUI. Een de bank conveniërende oplossing met SGR en TUI was een voorwaarde (van de bank, maar hoogstwaarschijnlijk ook van de potentiële kopers) om mee te werken aan enige transactie.’ Getuige Veltman liet in november 2019 onder ede weten dater destijds contact is geweest met de directie van TUI. “De bottlenecks waren niet TUI en SGR, maar de Rabobank”, aldus Veltman. Verbazing “Ik was verbaasd, omdat we die in de mail van 24 september nog akkoord onder voorbehoud gaven op hun plan. Natuurlijk was mij bekend dat de voorwaarde moeilijk waren in te vullen binnen de tijd, maar wij achtten het wel mogelijk”, aldus Schilder. “Er was daarnaast door alle partijen erg hard gewerkt om zover te komen en dan ben je verbaasd wanneer het plotseling ophoud. We zaten op dat moment nog in de flow dat het door zou gaan. Ik ben die middag nog bezig geweest met het vormgeven van de offerte.” € 250.000 bij elkaar rapen Schuitemaker, tegenwoordig toezichthouder en bestuurder van diverse stichtingen en hoofd commerciële zaken van het Rijksmuseum Twente, was ten tijde van het faillissement van OAD Reizen, één van de Twentse investeerders en wist er dan ook veel over te vertellen. Schuitemaker: “Ik was zelf een van de investeerders op verzoek van Brouwer en Dick Veltman (van het Enschedese advocatenkantoor KienhuisHoving). Die zeiden: ‘Frans, er is geen tijd meer, ze (de Twentse investeerders, red.) moeten eigenlijk meteen akkoord gaan met de deal. Je overtuigt de Twentse investeerders als je zegt dat je meedoet met het busbedrijf. Niet met € 30.000, dat is niks, maar je moet denken aan € 250.000, dan overtuig je ze dat je in de zaak geloofd. Daar heb ik ja op gezegd. In die week ervoor was ik met al mijn vrienden € 250.000 bij elkaar aan het rapen. Daardoor zat ik wel in het clubje met de Twentse investeerders en ben ik geïnformeerd over de bevindingen”, aldus Schuitemaker.

Latertje Die zondagavond voordat het faillissement werd aangevraagd, waren er op het hoofdkantoor van OAD twee kamers waarin werd gesproken met de Twentse investeerders. Eén groep sprak met Schuitemaker als directeur van het busbedrijf en sprak dan ook over over (de toekomst van) het busbedrijf en in een andere kamer werd gepraat over de deal, de financiële voorwaarden, enzovoorts. “Een van de punten die we bespraken was dat bijvoorbeeld de SGR-garantie van € 8 miljoen bij SGR moest blijven staan, die moest niet opeens naar € 15 miljoen gaan. Dat was één van de eisen die de Twentse investeerders stelden.” De gesprekken met de investeerders duurde tot laat op de avond, want Schuitemaker laat weten dat hij op de terugweg om 01.30 uur nog werd gebeld door één van de Twentse investeerders over de deal en de voorwaarden. Contact Op de vraag of hij zich heeft voorbereid laat Schuitemaker weten dat hij dit absoluut heeft gedaan. “Ik heb de laaste dagen mijn eigen dossiers doorgebladerd, contact gehad met de advocaten van de Stichting en met de advocaten van de Rabobank. Ik heb recent contact gehad met advocaat Winters, die heeft laten weten hoe een getuigenverhoor in z’n werk gaat. Er is benadrukt dat ik mijn eigen verhaal moest vertellen. Kennis over getuigenverklaringen die eerder zijn verteld in deze zaak heb ik alleen uit de pers gehaald. Ik heb ook geen contact gehad gehad met eerdere getuigen in deze zaak.” Ank Bijleveld De rechter neemt Schuitemaker mee naar vrijdag 20 september 2013, dat was de vrijdag voor het weekend waarin op zondag een bijeenkomst zou plaatsvinden met de Twentse investeerders. De week erna zou het faillissement van OAD Reizen worden aangevraagd. De rechter vraagt Schuitemaker of hij zich kan herinneren of hij die vrijdag Ank Bijleveld heeft benaderd met het verzoek om de directie van de Rabobank te bnaderen over de betrokkenheid van PPM Oost en of er genoeg tijd zou worden gegeven. Schuitemaker: “Ik heb haar op verzoek van Jan Brouwer benaderd. Hij vroeg mij om haar te benaderen, omdat ik haar goed kende. De vraag was of zij met de directie kon bellen om te vertellen dat we met de allerlaatste reddingspoging bezig waren. Op dat verzoek reageerde zij direct, ook omdat het in haar belang was aangezien het om veel werkgelegeneheid ging aangezien OAD Reizen een grote werkgever was.” De rechter wil vervolgens precies weten wat Schuitemaker aan mevrouw Bijleveld heeft gevraagd. Schuitemaker: “Ik heb haar verteld dat wij die zondag een plan met Twentse investeerders wilden bespreken en ik heb haar gevraagd of zij de Rabobank wilde vragen of zij ons daar nog de gelegenheid voor wilde geven.” Op de vraag van de rechter of Schuitemaker aan Bijleveld nog een bepaalde termijn had meegegeven laat Schuitemaker weten: “Ik heb haar gemeld dat we zondag met de Twentse investeerders zouden praten en dat we dat als allerlaatste kans zagen. Ik heb aan haar gevraagd of zij dat wilde doorgeven en of zij wilde vragen of we die kans nog mochten benutten en of die kans die zich die zondagavond zou ontwikkelen nog gegeven zou worden. Als er iets uit die gesprekken zou komen, dan was er toekomstperspectief en moesten er volgende stappen worden gezet. Na het gesprek met de Rabobank koppelde ze aan mij terug dat ze blij was dat het gesprek gelukt was. Ze meldde dat ze onze boodschap had doorgegeven en dat zij ook het voor haar belangrijke punt, de werkgelegenheid, had doorgegeven. Zij vond het een sympathiek gesprek geweest. Of er keiharde toezeggingen zijn gedaan kan ik mij niet herinneren, maar zij had met de Rabobank gesproken. In mijn beleving zat er in die terugkoppeling van haar geen bevestiging dat de Rabobank heeft toegezegd dat ze zullen wachten tot… Nee, maar het gaf mij het gevoel dat we die zondag een serieuze poging konden doen.” Ook Rabobank advocaat Winters vroeg Schuitemaker nogmaals naar de terugkoppeling die Bijleveld hem had gegeven. “Had u echt het gevoel dat Rabobank u de tijd zou geven om de transactie te voltooien?” Schuitemaker: “Voor mijn gevoel kregen wij de mogelijkheid om die zondag te gaan praten en dat de Rabobank daarvan op de hoogte was.” Advocaat Winters: “U was gesterkt in uw overtuiging dat OAD tot het eind van die zondag had?” Schuitemaker: “Ik had de overtuiging dat we die zondag met de Twentse investeerders konden gaan praten.” Op de vraag of Schuitemaker bekend was met het gesprek dat Brouwer met een bestuurslid van de Rabobank had, laat Schuitemaker weten: “Toen Brouwer mij vroeg om Bijleveld te vragen om met de Rabobank te bellen, liet hij weten dat hij ook bestuurders van de Rabobank ging bellen. We wilden van alle kanten contact opnemen met de Rabobank om duidelijk te maken dat we zondag gingen praten, het moest duidelijk zijn dat we nog een kans zagen. Terugkoppeling van zijn gesprek kan ik mij niet meer herinneren.” Schuitemaker laat nog weten dat er na vrijdag niet meer is gesproken met Bijleveld. “Zij heeft niet geweten wat de uitkomst was van de gesprekken met de Twentse investeerders. Ook dindagmiddag is er niet meer met Bijleveld gesproken.” De mail Van het overleg met en de terugkoppeling van Bijleveld gaat de rechter naar de dinsdag erop, 23 september 2013, de dinsdag nadat het overleg met de Twentse investeerders had plaatsgevonden. Die middag kwam er rond 13.40 uur een mail van David Cuknis (destijds Bijzonder Beheer Rabobank) binnen bij OAD Reizen waarin een aantal punten stonden waaraan de touroperator moest voldoen waardoor de Rabobank akkoord kon gaan met de verkoop van het busbedrijf aan de Twentse investeerders. De rechter vraagt Schuitemaker of hij zich ‘dat’ kan herinneren. Schuitemaker: “Ik kan mij herinneren dat we die maandag naar de Rabobank hebben gebeld met de mededeling dat we akkoord hebben gekregen met de Twentse investeerders. De Rabobank vond dat een mooi bericht, maar zij wilde het wel van dag tot dag in de gaten houden. Dinsdag is dat per mail is er vanuit de Rabobank een bevestiging gestuurd, waarin stond dat we tot vrijdag de tijd zouden krijgen om de deal rond te krijgen.” Schuitemaker laat weten dat hij die dinsdag allerlei financieel experts van de Twentse investeerders op kantoor had. “We hadden hen uitgenodigd om vragen te stellen, enzovoorts. Mijn kamer zat vol met vijf tot zes personen. Ik heb mij suf gepraat dat het allemaal goed voor elkaar was. Op het moment dat de mail binnenkwam is die melding wel gemaakt, maar hij is niet inhoudelijk met mij besproken. Ik kan mij geen reacties op die mail van collega’s herinneren. De Twentse investeerders “Ik was zelf ook een van de investeerders, ook op verzoek van Brouwer en Veltman. Die zeiden: ‘Frans, er is geen tijd meer, ze moeten eigenlijk meteen akkoord gaan met de deal. Je overtuigt de Twentse investeerders als je zegt dat je meedoet met het busbedrijf. Niet met € 30.000, dat is niks, maar je moet denken aan € 250.000, dan overtuig je ze dat je in de zaak geloofd. Daar heb ik ja op gezegd. In die week ervoor was ik met al mijn vrienden € 250.000 bij elkaar aan het rapen. Daardoor zat ik wel in het clubje met de Twentse investeerders en ben ik geïnformeerd over de bevindingen”, aldus Schuitemaker. Die zondagavond waren er twee groepen: een afvaardiging van de Twentse investeerders die met Schuitemaker als directeur van het busbedrijf in gesprek gingen over (de toekomst van) het busbedrijf en in een andere kamer werd gepraat over de deal, de financiële voorwaarden, enzovoorts. “Een van de punten die we bespraken was dat bijvoorbeeld de SGR-garantie van € 8 miljoen bij SGR moest blijven staan, die moest niet opeens naar € 15 miljoen gaan. Dat was één van de eisen die de Twentse investeerders stelden.” De gesprekken met de investeerders duurde tot laat op de avond, want Schuitemaker laat weten dat hij op de terugweg om 01.30 uur nog werd gebeld door één van de Twentse investeerders over de deal en de voorwaarden. Maandag ben ik nog gebeld door de man die als notulist de eisen van de investeerders noteerde, waaronder de eis met betrekking tot SGR.” Bestuursverantwoordelijkheid Nog die dinsdagmiddag werd Schuitemaker erbij geroepen voor een overleg waarbij een opsomming werd gemaakt waar het bedrijf stond. De hoofddirectie was daarbij (Julius ter Haar, Quirinem ter Haar en Frans Schuitemaker), evenals Willem Bonvanie, Dick Veltman en Jan Brouwer. Brouwer las op dat moment de mail van Rabobank voor en somde de voorwaarden op waaraan voldaan moest worden en er werd gekeken waar OAD al aan voldaan had. “Brouwer liet ons weten dat het aan directie was om te beslissen wat te doen. Op dat moment bleek ook dat het met de liquiditeit niet goed liep. Er werd een beroep gedaan op onze bestuurdersverantwoordelijkheid met de vraag of we op deze manier wel verder konden. Wij hebben helaas moeten vaststellen dat het in die situatie op dat moment niet verder kon. Ik heb dat meegedeeld aan de andere aanwezigen waarop Veltman op mijn kantoor de rechtbank heeft gebeld om faillissement aan te vragen. Het was voor mij een hele bijzondere ervaring, een heel indrukwekkend moment, iets dat mij nog heel scherp op het netvlies staat. Ik had eerst helemaal niet door dat hij (Veltman, red.) de rechtbank zou bellen en dat er twee uur later twee curatoren in pak bij ons op kantoren zouden rondlopen.” Verlenging Op de vraag van de rechter of Schuitemaker zich herinnerde of er die dinsdagmiddag 23 september telefonisch contact is geweest tussen OAD en de Rabobank over het verlengen van de (vrijdag 27 september) deadline laat Schuitemaker weten: “Ik kan mij dat echt niet herinneren. Ik weet in de opsomming een heleboel dingen, maar ik kan mij niet herinneren dat er over een verlenging is gesproken. In mijn beleving is dat die dinsdagmiddag niet gebeurd.” Op de vraag of het een van de bottlenecks was voor OAD dat de deal met de investeerders die vrijdag 27 september rond moest zijn, laat Schuitemaker: “De bank heeft niet gezegd dat we er de komende weken lekker aan konden gaan werken. Het was heel duidelijk dat ze van dag tot dag meekeken. Die vrijdag was een statement van de Rabobank, alleen de situatie was nog erger aangezien we die woensdag al in de (rode cijfers) situatie van vrijdag zouden komen. De tijd die de Rabobank ons gaf, werd eigenlijk korter, omdat we al eerder in de rode cijfers terechtkwamen.” Nogmaals vraagt de rechter of er tijdens het overleg die dinsdagmiddag niet is gesproken over het aanvragen van een verlenging van de vrijdag deadline. Schuitemaker: “Het was een van de punten, maar het was niet zo dat we het erover hadden of we niet nog één keer de Rabobank zouden bellen.” De rechter concludeerde daarop: “In dat gesprek kunt u zich dat niet herinneren en eerder zei u al dat u ook niet weet of het daarvoor is gedaan door iemand anders.” Strategie In november of december 2012 vond er volgens Schuitemaker een gesprek plaats tussen hem, Jan Brouwer, Julius ter Haar en de afdeling Bijzonder Beheer van de Rabobank. “Daar werd ons goed verteld dat ze zich heel erg zorgen maakte, de strategie werd besproken, enzovoorts. We hebben sindsdien met heel veel potentiële investeerders gesproken. Ik kan mij nog goed herinneren dat één daarvan zei: ‘Je bent reddeloos verloren’. Nobel was geïnteresseerd in het busbedrijf, maar daarvan waren we het erover eens dat dat het ook niet bracht. Het heeft ons wel doen realiseren dat als OAD in z’n geheel niet te redden is dat we bedrijven moesten gaan splitsen. Dat hebben we ook met de Twentse investeerders onderzocht.” Blessuretijd Schuitemaker zegt dat OAD in eerste instantie tot eind augustus de tijd had gekregen van de Rabobank. “Begin september hebben we direct met de bank gesproken over een van de allerlaatste reddingspogingen, namelijk de Twentse investeerders. Dat gesprek vond plaats met de microfoon in het midden en er is ons door de Rabobank gezegd; los van het resultaat, als jullie die kapitaalversterking binnenhalen is het goed. Maar, we liepen al in blessuretijd en dat hield in dat we niet meer rood mochten staan.”

Deel dit artikel